Sprongbeen
latijn: os talus

De beweeglijkheid van de enkel wordt grotendeels geleverd door de aan het sprongbeen grenzende gewrichten.
het sprongbeen in rood
Het bovenste sprong gewricht
Aan de bovenkant is het sprongbeen verbonden aan het scheenbeen en het kuitbeen. Dit gewricht zorgt er voor dat de voet zo'n 30° naar beneden en zo'n 20° naar boven kan worden bewogen. In de foto is de voet naar beneden bewogen.
Het onderste sprong gewricht
Aan de onderkant grenst het sprongbeen aan het hielbeen. Dit gewricht maakt het mogelijk om de voet zo'n 30° naar binnen te kantelen (zodat je je grote teen optrekt en op de buitenkant van de voet staat) en zo'n 20° naar buiten te kantelen (zodat je je kleine teen optrekt en op de binnenkant staat).





